Interview Arwen Vanhaeren: “Ik zal er staan als ze mij nodig hebben”

De jongste telg van de A-kern heeft er bijna zijn 1e seizoen bij de eerste ploeg opzitten en dat smaakt duidelijk naar meer. Een man met vele talenten en belangrijker dan hij zelf zou denken. Wij kennen hem uiteraard al en na deze 17 vragen weten jullie ook al wat meer over onze 17-jarige doelman.

Je bent de jongste speler van de ploeg, hoe voelt dat?

“Dat is toch wel een speciaal gevoel. Net voor ik 16 werd, kreeg ik te horen dat ik dit seizoen met de A-kern mocht meetrainen. In het begin dacht ik echt: ‘Wat doe ik hier?’ Bij de eerste trainingen waren er wel gezonde zenuwen. Gelukkig werd ik van in het begin meteen geaccepteerd en door de oudere spelers op mijn gemak gesteld.”

“De beste band hier heb ik met Jari (Beckers) wat ook wel logisch is. We kennen mekaar al van bij de beloften, de U19 én we hebben ook samengespeeld bij de U14. We zijn ongeveer even oud en zitten in dezelfde levensfase. Als we praten, gaat het zeker niet altijd over voetbal hoor. Er komen ook andere onderwerpen aan bod.”

Wat doet dat met jou om nu al bij de A-kern te zitten?

“Het is fijn dat ze jou op jonge leeftijd al laten proeven van het mannenvoetbal en in mij een toekomst zien. Toen het nieuws wereldkundig werd, kreeg ik heel veel felicitaties van oud-trainers wat ik eigenlijk niet verwachtte. Het toont toch wel aan dat ze mij blijven volgen. Eentje was mijn trainer van bij de U10 en had hem al vijf jaar niet meer gesproken.”

“Om het matchritme te onderhouden, speel ik dit seizoen wedstrijden met de U19 en af en toe bij de beloften terwijl ik vorig seizoen enkel met de U19 meespeelde. Je merkt wel dat het niveau bij de beloften nog hoger ligt. Het wordt ook wat serieuzer genomen en soms gaat het er heel pittig aan toe. Twee weken geleden speelden we met de beloften tegen KVK Ninove. We kwamen jammer genoeg achter, maar hebben alsnog kunnen winnen en ik stopte een strafschop. Dan is het uiteraard geweldig om je steentje te kunnen bijdragen aan de overwinning.”

Ben je niet te klein om een doelman te zijn?

“Ik ben 1,78 m en weet dat het niet de ideale lengte is als doelman. Zo een grote invloed heeft het natuurlijk ook niet. Ik voel mij goed in doel en denk amper of nooit na over mijn lengte. Soms hoor ik wel van tegenstanders dat ze er iets over vertellen. Dan zeggen ze tegen mekaar dat ze hoger moeten schieten omdat ik dan niet aan de bal zou kunnen. Het is toch wel grappig als je dan zo’n dingen hoort. Ze probeerden ook om hoger te schieten, maar dat lukte niet.”

Wie is volgens jou momenteel de beste doelman ter wereld?

“Persoonlijk vind ik Thibaut Courtois de beste. In de media is hij niet de meest geliefde persoon, maar als je zijn wedstrijden bekijkt, kan je niet anders dan zeggen dat hij de beste is. Overal waar hij speelt of gespeeld heeft, was hij enorm belangrijk.”

“Mijn papa en ik zijn vroeger fan geweest van Iker Casillas. Ik heb hem jammer genoeg nooit zien spelen, maar op YouTube zijn er al heel veel video’s gepasseerd. Hij is ook niet zo groot en zo heb je nog wel wat voorbeelden van kleine doelmannen die de wereldtop hebben bereikt. Ik zou heel graag een topwedstrijd willen bekijken in een mooi stadion. Mijn favoriete stadion? Toch wel Camp Nou van FC Barcelona.”

Vertel eens iets over een toernooi in Nederland

“Ik speelde met KRC Genk bij de U10 en we hadden een toernooi in Nederland. Dat toernooi heette: Robin van Persie Toernooi en we hebben hem daar ook ontmoet. Hij kwam over als een vriendelijke man en heeft met iedereen gepraat. Dat is wel iets dat altijd een indruk op mij heeft achtergelaten.”

Ben je een hondenmens?

“Toch wel ja. We hebben thuis twee honden en heten Taron en David, maar we noemen hem Davke. Ze zijn beide al meer dan vijf jaar deel van ons het gezin en zijn altijd blij om je te zien als je thuiskomt. Vroeger kwamen ze naar de wedstrijden kijken, maar dat gebeurt nu niet meer. Ik vond het altijd wel leuk als ze erbij waren, dus dat mag wat mij betreft nog wel eens een paar keer voorvallen.”

Behalve je bezighouden met de honden, heb je nog andere hobby’s?

“Af en toe ben ik thuis aan het darten. Als ik tegen mijn papa speel, win ik ook vaak. (lacht) Sinds het bekender werd en op tv kwam, hebben we een dartblok in huis gehaald en heb het altijd wel leuk gevonden. Meestal is het iets wat ik doe voor ik ga slapen om nog even te ontspannen. Mijn favoriet is Michael van Gerwen. Zijn gedrag op het podium vind ik geweldig.”

Wat vind je van de Limburgse derby in de Jupiler Pro League?

“Die heeft thuis wel een speciale betekenis. Ikzelf ben supporter van KRC Genk en mijn papa is voor STVV. Als we dan samen naar die wedstrijd kijken, is dat altijd spannend. Ook enkele weken na de wedstrijd heeft de verliezer dat geweten hoor. Die mopjes horen erbij natuurlijk.”

“Mijn papa heeft vroeger nog voor STVV gespeeld en is volgens mij daarom supporter geworden. Ik heb ook nog bij STVV gevoetbald, maar was altijd al supporter van KRC Genk. Hij was er minder enthousiast over toen ik nadien naar KRC Genk ging, (lacht) maar zei dat ik vooral moest doen wat ik wou. Mijn beste vriend Kayhan speelde al voor KRC Genk en dat heeft wel mee gezorgd voor mijn beslissing.”

“De laatste keer dat KRC Genk kampioen werd, kan ik mij nog levendig herinneren. Ik speelde nog voor KRC Genk toen en we zijn met heel de ploeg de kampioenenwedstrijd in het stadion gaan kijken. Het is jammer dat ze nu geen Champions’ Play-Offs spelen. Daar heb ik mijn papa altijd mee kunnen plagen, maar nu doet hij dat bij mij. Hopelijk winnen ze de Europe Play-offs nog. Als ze spelen zoals tegen SC Freiburg gaat het zeker niet lukken. Vorig weekend tegen Antwerp FC hebben ze gewonnen en dat is een goede eerste stap, maar het is nog lang.”

Waar speel je volgend seizoen?

“Ook volgend seizoen train ik mee met de A-kern als derde doelman. Het is de bedoeling dat ik meer wedstrijden ga spelen bij de beloften en minder met de U19. Over de trainingen ben ik heel tevreden en kende Stijn (Janssens, keepertrainer) al van vorig seizoen. We hebben een goede band en hij probeert me elke week beter te maken.”

“Het zou heel leuk zijn om in de voorbereiding minuten te mogen maken tijdens een oefenwedstrijd. Zoiets gaat heel leerrijk zijn volgens mij. Ik ben heel blij dat ik ook volgend seizoen nog bij het team hoor en zal er staan als ze mij nodig hebben.”

Bij wedstrijdjes op training zit jij bijna altijd bij de winnende ploeg, heb je daar een verklaring voor?

“Daar heb ik niet echt een verklaring voor. Ik probeer altijd mijn best te doen en wil alles winnen. Ik heb drie jaar zaalvoetbal gespeeld en dat heeft wel een voordeel bij die wedstrijdjes. Of er nu iemand op mij afkomt van 16 jaar of 33 jaar maakt me niet uit. Je staat er op het moment zelf niet bij stil en probeert gewoon ballen te pakken.”

“Als ik zelf het ploegje zou mogen kiezen, wil ik er een oudere speler bij. Zij hebben de meeste ervaring en dat helpt de jongere spelers. Als ik één naam moet nemen, ga ik voor: Tibeau Swinnen. Hij is een goede voetballer en staat altijd op de juiste plaats. Ook zal hij je wijzen op fouten of dingen die beter kunnen. Uiteraard met de beste bedoelingen en dat heb ik zeker nodig.”

Zijn er mensen die jij wil bedanken?

“De jeugdtrainers van vroeger die altijd in mij zijn blijven geloven en natuurlijk mijn ouders, omdat ze mij altijd naar de trainingen en wedstrijden hebben gebracht. Als zij eens niet konden, deden mijn grootouders dat. Zij hebben dat altijd graag gedaan en het voelde niet aan als een verplicht nummertje. Ze zijn er ook elke wedstrijd om te komen kijken. Bij trainingen is het meestal mijn papa die meekomt en dan brengt hij Taron mee. Om de tijd te doven gaat hij dan wandelen terwijl ik aan het trainen ben.”

Wie of wat motiveert jou om elke week hard te trainen?

“Volgens mij moet je dat zelf zijn. Ik behoor bij de A-kern en daarvoor wil ik alles uit de kast halen zodat ze tevreden kunnen zijn. Op drukke momenten ben ik zes dagen per week hier. Met de U19 zijn er veel uitgestelde wedstrijden die we nog moeten inhalen. Dan ben er ik meestal bij en sommige andere doelmannen zijn geblesseerd waardoor ik ook met de U19 moet meetrainen.”

“Het zijn dan drukke dagen, maar op lange termijn spreekt dat enkel in mijn voordeel. Thuis ga ik af en toe lopen en doe ik vaak touwspringen. Dat is iets wat ik al doe sinds ik voor KRC Genk speelde en is heel belangrijk voor een doelman. Ik vind ook dat het mij beter maakt. Elke dag dat ik geen training heb, doe ik touwspringen.”

Tenslotte ga ik je vijf dilemma’s voorschotelen. Je trekt telkens één kaartje waar een dilemma opstaat en je kiest het meest passende voor jou.

Schiettent – Botsauto’s

“Ik ben eigenlijk nog nooit bij een schiettent geweest, dus neem ik hier: ‘Botsauto’s’. Al moet ik wel bekennen dat ik niet zo vaak naar de kermis ga.”

Vroeg opstaan – Vroeg gaan slapen

“Dan liever: ‘Vroeg gaan slapen’. Vroeg opstaan is voor niemand leuk denk ik. Veel momenten om uit te slapen heb ik niet, dus als die er zijn, grijp ik ze met beide handen.”

Doelpunt – Assist

“Als doelman een doelpunt maken is altijd wel heel speciaal. Hier is de keuze niet moeilijk dan. Ik ga voor een: ‘Doelpunt’ gaan.”

Rode kaart – Eigen doelpunt

“Bij een rode kaart, laat je heel de ploeg in de steek en dat is niet de bedoeling. Ik neem dus een: ‘Eigen doelpunt’. Ik heb dit seizoen al wel wat gele kaarten gekregen. (lacht) Dat hoort erbij, want ik zal alles doen om te winnen.”

Smoutebollen – Churros

“Hier kies ik: ‘Churros’. Smoutebollen eet ik niet zo graag, dus de keuze hier was makkelijk.”